PC

Verhaalcompetitieve games7 min

Waarom een potje chaos na werk soms juist rust geeft

Je klapt je laptop dicht, maar je hoofd heeft dat bericht nog niet helemaal meegekregen. Er blijft een mail hangen waarop je achteraf toch anders had willen reageren, een overleg zonder duidelijke uitkomst en een taak waarvan niemand precies weet wanneer die eigenlijk af is. Waarschijnlijk bestaat er ergens een actielijst waarop het antwoord staat, maar degene die die lijst beheert is vermoedelijk met vakantie.

Op zo’n avond klinkt een competitieve game niet direct als de meest logische vorm van ontspanning. Je gaat tenslotte niet achter een scherm zitten om kalm naar een voortkabbelend beekje te kijken. Je kiest een game waarin mensen op je schieten, teamgenoten iets van je verwachten en één verkeerde beslissing vrij snel duidelijk maakt dat jouw talenten vanavond misschien toch ergens anders liggen.

Toch zijn het juist die avonden waarop ik graag met vrienden speel. Op woensdag duiken we meestal League of Legends of Overwatch in. Donderdag kan het Fortnite zijn, Sunderfolk of eigenlijk gewoon waar we op dat moment zin in hebben. Dat vaste ritme helpt, al zit de ontspanning voor mij niet alleen in de game. Het is ook het samen spelen, ondertussen bijpraten en een paar uur met iets bezig zijn wat helemaal niets van doen heeft met werk. Zelfs wanneer dat iets bestaat uit digitaal op elkaar schieten of veel te serieus overleggen wie welke lane pakt.

Gamen na werk kan helpen om mentaal afstand te nemen, omdat een game je aandacht een duidelijk doel, vaste regels en directe feedback geeft. Daarmee is het nog geen wondermiddel en ook niet iedere pot automatisch ontspannend. Werk kan uren vaag in je hoofd blijven rondzingen; een goede game vraagt voor even iets heel anders van je.

Dit is een simpel voorbeeld van jaren geleden; waar een vriend door een simpele opmerking en een bepaalde toets; zo uit een vliegtuig springt. Wij vonden het hilarisch

Wat verstaan we eigenlijk onder ontspannen?

Ontspannen wordt vaak gelijkgesteld aan zo min mogelijk doen. Bank, serie aan, telefoon erbij en vervolgens wachten tot je hoofd vanzelf wat stiller wordt. Dat kan prima werken, hoewel het tweede scherm er in mijn geval ook vrij gemakkelijk voor zorgt dat ik na twintig minuten niet meer weet wat er op het eerste scherm is gebeurd.

Weinig doen betekent bovendien niet automatisch dat je nergens meer aan denkt. Na een werkdag vol losse eindjes krijgt werk tijdens een stille avond soms juist alle ruimte om nog een extra ronde mee te draaien. Je lichaam zit op de bank, terwijl je hoofd nog steeds een overleg probeert af te ronden dat drie uur eerder al zonder conclusie eindigde.

Een game pakt dat anders aan. Zelfs een vrij eenvoudige missie vraagt dat je kijkt, kiest en reageert. Bij een competitieve game komt daar een helder doel bij: de ronde winnen, een positie vasthouden of op tijd doorhebben wat de tegenstander van plan is. Dat kan behoorlijk hectisch worden, maar het is tenminste afgebakende hectiek. De regels veranderen meestal niet halverwege omdat iemand uit het management tijdens een wandeling ineens een ander idee heeft gekregen.

Daar zit volgens mij een belangrijk deel van de aantrekkingskracht. Overdag kan hard werken eindigen in een vervolgoverleg, waarna er vooral een nieuw overleg nodig is om te bepalen wat er in het vorige overleg precies is afgesproken. In een game weet je vaak binnen een paar minuten wat een goede keuze opleverde en waarom een slechte keuze pijn deed. De rust zit dan niet per se in kalmte, maar in duidelijkheid.

Wat laat onderzoek naar herstel na werk zien?

Onderzoek naar herstel na werk maakt traditioneel onderscheid tussen vier ervaringen: psychologisch afstand nemen van werk, ontspannen, ergens beter in worden en controle ervaren over hoe je je vrije tijd besteedt. Die vier onderdelen komen uit de Recovery Experience Questionnaire van Sonnentag en Fritz, een veelgebruikt model om te onderzoeken hoe mensen na hun werk herstellen.

Een gamesessie kan verschillende van die ervaringen raken. Je aandacht verhuist naar een andere omgeving, je oefent vaardigheden en je bepaalt zelf wanneer je begint, welke game je kiest en wanneer het mooi is geweest. Al blijkt dat laatste in de praktijk soms pas een potje later dan oorspronkelijk afgesproken.

Ook specifiek naar games en herstel is onderzoek gedaan. Een studie onder ruim zestienhonderd spelers liet zien dat mensen games regelmatig gebruiken na stressvolle of vermoeiende situaties en dat spelers die sterkere herstelervaringen met gamen associeerden, daar vaker na een zware dag naar grepen. Dat onderzoek laat vooral een samenhang zien; het bewijst niet dat een paar rondes Overwatch iedere werkdag wetenschappelijk verantwoord afsluiten. Jammer, want dat was administratief vrij makkelijk geweest. Het onderzoek biedt wel een mogelijke verklaring voor waarom een game op sommige avonden precies de mentale afstand kan geven die passief op de bank zitten niet biedt.

Competitieve games passen daar vrij logisch bij, omdat ze veel aandacht opeisen en snel feedback geven. Je hoeft niet lang na te denken over wat de maker met de doelstelling bedoelde. Je weet wat er moet gebeuren en het spel laat zonder beoordelingsgesprek weten of je aanpak werkte. Dat gevoel van beheersing kan prettig zijn na een werkdag waarop veel inspanning nog geen zichtbaar resultaat heeft opgeleverd.

Het sociale deel is voor mij minstens zo belangrijk. Op woensdag of donderdag spreek ik niet met vrienden af omdat we per se een bepaald hersteldoel moeten behalen. We spelen omdat we daar zin in hebben en elkaar op die manier blijven spreken. De gekozen game bepaalt wat we doen, maar het samenspelen bepaalt voor een groot deel waarom ik terugkom. Zelfs een verloren pot kan dan nog een goede avond opleveren, al moet daar soms wel eerst kort en volledig objectief worden vastgesteld wiens schuld het was.

Kan competitief gamen juist extra druk geven?

Natuurlijk kan competitief gamen ook precies de verkeerde keuze zijn. Een verliesreeks na een dag vol gedoe wordt niet ineens heilzaam omdat er een controller of toetsenbord bij betrokken is. Soms voeg je vooral een nieuwe laag irritatie toe aan een avond die daar eigenlijk al ruim voldoende van had.

Overwatch 2: een held vuurt een blauwe ijsaanval af op een tegenstander in een stad
Overwatch: kort, snel en competitief© Blizzard Entertainment

Het verschil zit voor een belangrijk deel in vrijwilligheid en begrenzing. Een recreatieve pot heeft normaal gesproken geen gevolgen voor je inkomen, beoordeling of planning van morgen. Je mag verliezen, nog een keer proberen of besluiten dat het vandaag simpelweg niet je avond is. De uitdaging is echt genoeg om je aandacht vast te houden, terwijl de inzet uiteindelijk beperkt blijft.

Zodra een ranglijst je humeur voor de rest van de avond bepaalt, een teamgenoot aanspraak maakt op je vrije tijd of stoppen begint te voelen als opgeven, schuift gamen langzaam richting een tweede baan. Professionele esports horen daarom ook niet in hetzelfde vakje als een paar rondes met vrienden. Daar staan prestaties, publiek en inkomen daadwerkelijk op het spel. Ik loop na een slechte pot vooral het risico dat ik de week erna nog even aan mijn uiterst discutabele beslissing word herinnerd.

Hoe je zelf naar de sessie kijkt, speelt eveneens mee. Onderzoek naar mediagebruik en herstel laat zien dat schuldgevoelens over uitstelgedrag de mogelijke herstelervaring kunnen verkleinen. Wie tijdens het spelen voortdurend denkt eigenlijk iets nuttigers te moeten doen, heeft dus een redelijke kans dat de ontspanning halverwege verdampt. Een vrije avond voelt minder vrij wanneer je jezelf er de hele tijd voor veroordeelt.

Let daarom vooral op wat een sessie met je doet. Als je na drie verloren potjes alleen nog speelt om te bewijzen dat je écht niet zo slecht bent als de statistieken op dat moment vrij overtuigend suggereren, is stoppen vermoedelijk verstandiger. Morgen is er weer een avond. Of volgende week woensdag, in mijn geval.

Welke game past bij deze avond?

De beste game na werk is niet automatisch de makkelijkste of rustigste. Soms is een bekende multiplayergame precies goed, omdat de regels al in je vingers zitten en een ronde een duidelijk einde heeft. Op een andere avond past een lange RPG beter, omdat je zonder ranglijst een vertrouwde wereld in kunt verdwijnen. En soms heb je vooral geen zin om vooraf twintig minuten te discussiëren over wat iedereen wil spelen, waarna de helft van de beschikbare tijd al voorbij is.

Sunderfolk: vier telefoons met elk een personage, met het spel op de tv erachter
Sunderfolk speel je samen met je telefoon als controller© Dreamhaven

Bij onze woensdagavond ligt League of Legends of Overwatch meestal voor de hand. Donderdag is wat losser en kan eindigen in Fortnite, Sunderfolk of iets anders waar we op dat moment zin in hebben. Het voordeel van die afwisseling is dat de game zich enigszins kan aanpassen aan de avond. De ene keer willen we competitie, de andere keer samenwerken en af en toe vooral iets spelen waarbij niet iedere fout direct door een tegenstander, teamgenoot en uitgebreid statistiekenscherm wordt vastgelegd.

Daarmee raakt dit onderwerp ook aan waarom je game-backlog als werk kan gaan voelen. Een avond die bedoeld was om los te komen, wordt zelden beter wanneer je eerst een halfuur langs ongespeelde aankopen bladert en jezelf verwijt dat je nog nergens serieus aan bent begonnen. Keuzevrijheid helpt, tot kiezen zelf weer een taak wordt.

Kijk dus vooral naar wat die specifieke avond nog van je mag vragen. Misschien zijn twee korte rondes genoeg. Misschien wil je een paar uur verdwijnen in een wereld waar niemand een agenda-uitnodiging kan sturen. En soms blijft de console of pc gewoon uit, omdat zelfs een goede game vandaag meer vraagt dan hij teruggeeft.

Voor mij blijven die vaste avonden voorlopig staan. Niet omdat iedere woensdag of donderdag eindigt met totale mentale rust (daarvoor hebben League of Legends en mijn eigen besluitvorming soms iets te veel invloed), maar omdat een paar uur spelen met vrienden mijn aandacht ergens anders neerzet.

Doorsturen?Deel via WhatsApp

Wouter schrijft hier over wat hij speelt, kijkt en bewaart.

Ligt ook op tafel